Loongarantieregeling bij min-max contract

Tijdelijk contract

De WW kent in hoofdstuk IV (artikelen 61 t/m 68 WW) een speciale regeling als  de werkgever blijvend niet meer aan zijn betalingsverplichtingen jegens zijn werknemers kan voldoen. Deze regeling staat bekend als de loongarantieregeling, ook wel hoofdstuk IV WW regeling genoemd. Deze regeling is een uitvloeisel van de Europese Insolventierichtlijn, die beoogt een minimum aan bescherming te bieden aan werknemers bij insolventie van hun werkgever. Artikel 3 van de Insolventierichtlijn verplicht de EU-lidstaten tot instelling van een waarborgfonds waarop werknemers een beroep kunnen doen indien hun werkgever vanwege insolventie niet aan zijn betalingsverplichtingen jegens hen kan voldoen.

In Nederland is dat dus geregeld in hoofdstuk IV WW voornoemd. In de volgende situaties kan een werknemer bij het UWV aankloppen om een beroep te doen op de loongarantieregeling:

  • Faillissement
  • surseance van betaling
  • wettelijke schuldsaneringsregeling
  • anderszins een blijvende toestand waarin de werkgever heeft opgehouden te betalen

De navolgende betalingsverplichtingen komen voor overname in aanmerking (artikel 64 WW):

  • achterstallig loon over maximaal 13 weken;
  • loon over de opzegtermijn met een maximum van 6 weken;
  • vakantiegeld en niet betaalde vakantiebijslag over ten hoogste het afgelopen jaar (inclusief de opzegtermijn);
  • niet betaalde pensioenpremies (werkgevers- en werknemersdeel) over maximaal één jaar.

De vraag is wat er moet worden overgenomen bij een min-max contract. In die situatie zo heeft de Centrale Raad van Beroep bepaald, moet het UWV uitgaan van de gewerkte uren in de drie maanden voorafgaand aan de laatste dag waarop de werknemer heeft gewerkt. Dat was al bestendige praktijk bij het UWV, maar is nu bevestigd door de CRvB.

Vindplaats: CRvB 16 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3197

© Hart voor Arbeid | Website door InQlude IT | Teksten van Taal in Uitvoering